zondag, september 23, 2012

Arjan Benning

Vrijheid in gebondenheid begint met meedenken. Daarvoor moet je markant zijn, inbreng hebben, een inhoudelijke bijdrage kunnen leveren. Voor wie dat kan, gaan alle deuren open. Zoals voor Arjan Benning.

Arjan Benning (1972) fotografeert sinds zijn veertiende. Assistentschappen na schooltijd, gevolgd door een opleiding aan de KABK en weer assistentschappen. In 1999 vestigde hij zich zelfstandig.
De portfolio van Benning heeft een conceptuele inslag. Autonoom ogende beelden, gefundeerd op sterke ideeën. Er is verwantschap met het werk van Lex van Pieterson, maar ook met dat van Krijn van Noordwijk. Werk dat niet tot stand komt door middel van vooraf gemaakte schetsen, maar in inspirerende dialogen waarbij de inbreng - dus ook de signatuur - van de fotograaf onmiskenbaar is. Benning: ‘Er zijn klanten die ruimte geven, er zijn bureaus die het zelfs eisen. KesselsKramer is ermee begonnen. Of nee, designer Stefan Sagmeister was de eerste. Mijn ervaring met grote campagnes is, dat mij om een interpretatie wordt gevraagd. Die alleen al vind ik leuk om te maken. Daarnaast is het vaak pingpongen. Samen met de opdrachtgever aan tafel zitten, zoals je vroeger teams had van een art director en een copywriter. En of het nou mijn concept wordt of het zijne of dat het ontstaat tijdens het gesprek, vind ik niet belangrijk. Meestal weet ik wel bij wie het vandaan kwam. Het zit hem er vaak toch in dat de ontwerper zich met het totaalplaatje bezig houdt en ik wat meer denk vanuit het beeld. Maar het klopt dat ik meedenken heel erg leuk vind. Als je Anton Corbijn vraagt, weet je wat je krijgt. Als je Rineke Dijkstra vraagt, weet je wat je krijgt. Je vraagt hen bewust om hun handschrift. Dat is bij mij niet zo. Mij gaat het om het meedenken in het verhaal en daar mijn handschrift op aanpassen.’

Wat niet wegneemt, dat Benning wel degelijk een eigen handschrift heeft. Zijn oeuvre bestaat uit verstilde beelden. Zelfs een portret lijkt hij als een stilleven te behandelen. Toen Benning 15 jaar geleden begon met presenteren, werd voorzichtig gevraagd of hij ook commercieel werk deed. Benning: ‘Mijn map was toen een stuk zwaarder, donkerder dan die nu is. Wel was meteen duidelijk dat ik geen documentair fotograaf ben. Ik ben niet met de realiteit bezig. Ik ensceneer. Dingen bouwen, dingen verzinnen. Het gaat mij niet om de waarheid.’

Het werk is rijk aan ideeën. Benning: Daar geef ik les in, aan ArtEZ (Art & Design Enschede, voorheen de Academie voor Kunst en Industrie AKI, red.). Iedereen die wat met fotografie doet, volgt mijn lessen daar. Die gaan puur over inhoud, niet over techniek. Wel over licht. Zonder licht kan je je verhaal niet vertellen. Maar dat is het dan ook. Het gaat niet over fotografie an sich. Het gaat over verhaaltjes vertellen.’
Benning, retorisch: ‘Waarom kreeg een fotograaf vroeger een omvangrijke campagne waarvan de belangen groot waren en er met dure modellen op kostbare, want verre locaties werd geschoten?' Om de zekerheid van een goed resultaat. Je moest film goed kunnen belichten, in veel gevallen met 4x5 inch kunnen werken, met lastige post-production uit de voeten kunnen. Het was ambachtelijk en er was een select gezelschap topfotografen die dat ambacht heel goed beheersten en daarnaast communicatief goed waren met creatieven. Die hun antennes goed hadden uitstaan: wat willen ze, wat kan ik eraan toevoegen? De laatste tien jaar kennen we een generatie fotografen die allemaal zijn opgeleid om te denken vanuit inhoud. Toen het ambacht wegviel, kon inhoud belangrijk worden.’

Packshot
Mag een fotograaf slaafs uitvoeren? Benning, zonder aarzelen: ‘Ja. Het komt voor dat ik dingen gewoon uitvoer. Soms voer ik zelfs iets uit waarvan ik het idee erachter eigenlijk niet goed vind. Maar dan heb ik al ingestemd en is het gaande het proces afgegleden. Dan moet ik het van mijzelf afmaken. Die zet ik niet op mijn site, nee. Ik doe trouwens ook campagnes die ik niet op mijn site mág zetten. Daar moet ik voor tekenen. Ik mag dat werk wel in mijn portfolio presenteren, ik mag er over praten, maar ik mag het niet online presenteren. Dat is iets van deze tijd waar ik even aan moest wennen. Dingen die ik graag zou laten zien.’ Durft Benning nee te zeggen? ‘Ja. Dat heeft meestal met budgetten te maken. Als het echt niet kan, doe ik het niet.’ En als er inhoudelijk niets aan toe te voegen is? Benning: ‘Daar moet ik eerlijk in zijn: als er ruimte in de agenda in, zeg ik niet gauw nee. Ik hanteer de drie P’s: Pret, Promotie en Prijs. In die volgorde. Als de klus aan twee van de drie P’s voldoet - en dat is best snel - dan doen we het. Ik ben zelfs in staat om een packshot te maken.’

Of Benning weet wat hij over vijf jaar doet? Benning: ‘De kans is klein dat ik dan niet fotografeer. Ik doe dat nu 26 jaar en vind het nog steeds het mooiste wat er is. Een jaar of tien geleden overwoog ik naar het buitenland te gaan. Door omstandigheden is dat er niet van gekomen. Nu een Londens agentschap interesse in mij heeft, voel ik dat de ambitie om internationaal te gaan er nog steeds is. Maar ik vind Amsterdam erg leuk en heb veel vrienden hier, dus de kans dat ik daadwerkelijk het land verlaat is klein.’

‘Over vijf jaar is fotografie internationaler. Meer nog dan het nu is. Op het moment dat een bureau in Shanghai een campagne in uitvoering geeft, gaan ze niet kijken naar een Chinese fotograaf, maar zoeken ze wereldwijd. Kortom, het wordt veel internationaler. De grote, internationale campagnes worden vergeven aan een nóg exclusiever internationaal gezelschap waar ik toe wil behoren. Ik verwacht dat fotografen beter worden. Simpelweg omdat we onze energie niet meer hoeven te richten op al die dingen er omheen. Fotograferen wordt steeds makkelijker. Daar zit geen dreiging in, dat is juist mooi. Daardoor gaat het steeds meer over het beeld zelf. En dat moet iemand verzinnen.’

The future is here. It’s just not widely distributed yet. Die quote betekent niets meer of minder dan dat je de toekomst zelf in handen hebt.

© Pim Milo, 2012

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home