zaterdag, oktober 24, 2009

Sally Mann

Wat er overblijft

“I’ll be damned!” Traag rolt de krachtterm van Sally Manns lippen. Het object van haar verbazing is de met verfvingers besmeurde camera van George Breitner (1857-1923) waarmee fotograaf Koos Breukel haar wil portretteren. Een houten kast ter grootte van een schoenendoos. Ze is verrast dat de primitieve behuizing plaats aan tien negatieven biedt. Na elke opname klapt het voorste weg, om het volgende vrij te maken. Hoezeer Mann ook geïmponeerd is door de vernuftige techniek, het kan haar niet vermurwen. Zij, die haar eigen man en kinderen op de meest intieme momenten heeft gefotografeerd, wil niet met haar gezicht op de foto. “All right, I’m yours,” zegt ze tegen mij, daar richting Breukel aan toevoegend: “Not yours.”

September 2008 was fotograaf Sally Mann (1951) in Amsterdam om een tentoonstelling van de kunstenaar Cy Twombly (1928) te openen in het Amsterdamse fotomuseum Huis Marseille. Beiden wonen in het stadje Lexington in de Amerikaanse staat Virginia. Twombly in de hoofdstraat, Mann ver buiten het centrum, in the middle of nowhere, op een farm die aan drie kanten door de South River omsloten is. Sinds 1958 verblijft Twombly afwisselend in Italië en Amerika. Mann woonde nooit ergens anders dan in haar geboorteplaats, de studietijd even niet meegerekend. Beschutter en geïsoleerder - letterlijk: Lexington ligt in de geborgenheid van een vallei tussen twee bergketens - kan een leven zich niet ontrollen. Vader Robert Munger was er plattelandsarts, moeder Elizabeth werkte in de universiteitsbibliotheek. In 1969 leerde Sally Larry Mann kennen, met wie ze op haar negentiende trouwde. Zij kreeg een baan als fotograaf aan de universiteit, hij ging rechten studeren en vestigde zich vervolgens als advocaat. In 1979 werd Emmett geboren, in 1981 Jessie en in 1985 Virginia.

Een rimpelloos bestaan dat slechts af en toe verstoord werd door de kleine en grote dingen des levens: een muggenbult, de dood van hond Eva, of de ziekte die haar man Larry treft. Die meer of minder gewone voorvallen zijn voor Mann evenzovele redenen om de camera te pakken en de persoonlijke levenssfeer te documenteren. Evenzovele aanleidingen ook voor intellectuele studies over existentiële vragen, voor conceptueel onderzoek naar leven en dood.

Mann: “Op een keer kwam Jessie thuis. Ze was door een mug gestoken, maar het leek of iemand haar een blauw oog geslagen had. Het zat helemaal dicht. Tot dat moment had ik mijn kinderen niet meer dan ‘snapshot materiaal’ gevonden. En opeens stond daar Een Echte Foto. Ik heb haar meteen voor een muur gezet en het beeld vastgelegd. Zo begon het. Vanaf dat ik besefte dat er pal voor mijn neus kunst rondliep, ben ik de dingen anders gaan bekijken.”

Het boek over haar drie kinderen dat in 1992 verscheen, oogstte zowel bijval als afkeuring. Mann: “‘Immediate Family’ gaat in essentie over universele herinneringen en angsten. Over het wankele evenwicht tussen het gevecht om zelfstandigheid en de zucht naar geborgenheid. Over vasthouden en loslaten, tegenstrijdige gevoelens die zowel bij moeder als kind leven. Over ongeduld, zelfontdekking, pijn, twijfel, kwetsbaarheid en het verlangen naar onsterfelijkheid.” De met een groot formaat camera gemaakte zwart-witfoto’s tonen gewone gebeurtenissen zoals elke ouder die kent: van bedplassen tot bloedneuzen, van stripboekjes lezen tot ganzenborden, van opmaken tot verkleedpartijen en van middagdutjes tot zwempartijen. De foto’s - een combinatie van spontane en geënsceneerde gebeurtenissen - werden gemaakt rondom het afgelegen vakantieverblijf van de familie Mann. Het waren beelden van een onbekommerd, zorgeloos kinderbestaan dicht tegen de natuur. Dat het puriteinse en vooral fundamenteel-christelijke volksdeel over de foto’s viel, kwam omdat de nog heel jonge Emmett, Jessie en Virginia in verschillende stadia van ontkleding verkeerden. Dat ze in hun naaktheid al spelend het leven van volwassenen imiteerden, ontnam hen voor velen hun kinderlijke onschuld. Alhoewel Mann zich erop had voorbereid dat het boek ophef zou veroorzaken, werd ze toch overvallen door de felheid van de reacties. Mann: “Ik kan niemand aanraden om foto’s van de eigen kinderen te maken. Emotioneel is het heel gecompliceerd. Toen ik eraan begon, had ik geen idee hoe ingewikkeld het zou worden. Toen ze tegen de pubertijd aan zaten, ben ik gestopt. Ik wilde geen twaalfjarigen exploiteren die op de grens van kindertijd en prille volwassenheid zaten.”

Haar vingertoppen zijn aangetast door chemicaliën, de nagels zwart door zilvernitraat. Sinds tien jaar gebruikt Mann het natte collodium-procédé, een verouderd fotografisch proces waarbij glasnegatieven enkele minuten voor de opname lichtgevoelig worden gemaakt en nat in de camera gaan. Hoe droger de platen, hoe geringer de gevoeligheid. Mann heeft een voorkeur voor het onvolmaakte. “Ik heb geen belichtingsmeter en geen sluiter. Ik hou, heel primitief, mijn hand voor de lens. Wat mis kan gaan, gaat mis. Dat alles zorgt er voor dat mijn negatieven een eigen, onvoorspelbaar karakter hebben. Dat wil ik zo. Ik ben als de dood dat ik deze techniek ooit leer te perfectioneren.”

In 2003 verschijnt het boek ‘What Remains’. Aanleiding is de dood van haar hond Eva waarvan ze de beenderen na achttien maanden opgraaft en fotografeert. Mann: “Om vergankelijkheid zichtbaar te maken aan de hand van de resten van een hond is één ding. Maar als kunstenaar maak je pas echt een statement als je dat aan de hand van menselijke resten doet. Dán zet je anderen aan het denken.” Ze krijgt toegang tot de Faculteit voor Forensisch Onderzoek van de Universiteit van Tennessee, waar lichamen van overledenen in de openlucht overgelaten worden aan de natuur en de seizoenen. In de documentaire ‘What Remains”, over leven en werk van Sally Mann (Steve Cantor, 2005) zien we Mann met kinderlijke nieuwsgierigheid, onbevangen en aandachtig tussen de lijken die in diverse stadia van ontbinding verkeren. Ze bukt om een gezicht, waar de maden uit kruipen, van dichtbij te bekijken, prikt met haar wijsvinger in de gelooide huid van een vrijwel vergane romp en aait over de hiel van een kortelings overledene. Mann: “Soms hoefde ik alleen maar een plukje haar van Eva te zien om in tranen uit te barsten. Terwijl ik rationeel weet dat het mijn hond Eva niet meer is. Die botten van haar waren alleen maar voorwerpen, dingen die achterblijven. Als je er zo mee omgaat, kan het fotograferen van anonieme doden niet moeilijk zijn, toch? Maar dat was het wel. Niet door de stank of de soms onsmakelijke taferelen, maar om het menselijke dat nog altijd in hen zat. Dat maakte mij nieuwsgierig naar hun verhaal. ‘Hoe ben je in godsnaam hier terecht gekomen,’ vroeg ik aan de een. ‘Hoe ben je dat been kwijt geraakt? Waarom heb je die lelijke tatoeage op je schouder? Dacht je dat die kleur haar je goed stond?’ Ondanks dat ze gestorven waren, was hun leven nog heel dichtbij. Dat maakte het zo moeilijk.”

‘What Remains’ is een onderzoek naar vergankelijkheid, naar wat de aarde met de doden doet. Dat wierp bij Mann de vraag op wat de dood op zijn beurt voor de aarde doet. In 2005 publiceerde Mann het boek ‘Deep South’, foto’s van landschappen waar de dood had huisgehouden, zoals slagvelden en plekken waar lynchpartijen plaatsvonden. Daarvoor bezocht ze onder meer Antietam (nabij Sharpsburgh in Maryland). Op 17 september 1862 vond hier de zwaarste slag uit de Amerikaanse Burgeroorlog plaats. In twaalf uur tijds vielen er 23.000 doden, gewonden en vermisten te betreuren.

En dan is er haar man Larry, bij wie in 1994 een zeldzame variant van spierdystrofie werd geconstateerd. Een ziekte die hem langzaam de kracht in zijn ledematen ontneemt. Mann verstopt zich schuchter, beschroomd, een eind verderop in de lobby van het hotel achter een krant nadat ze het plakboek met foto’s van Larry op tafel heeft gelegd. Het zijn beelden uit haar herinnering, over de bijna veertig jaar huwelijk met Larry zoals alleen een vrouw haar man kan zien. In scène gezet, nagespeeld en spontaan voorgevallen, zoals ook de foto’s van haar kinderen tot stand kwamen. Larry die zich wast aan de wastafel, buiten tegen een boom plast, met een erectie in de slaapkamer staat, post-coïtaal naast Sally op bed ligt, cunnilingus met haar bedrijft, zijn teennagels knipt, paard rijdt of de honden uitlaat. Hoogstpersoonlijke beelden. Scènes uit een huwelijk en tezelfdertijd de kroniek van een aangekondigde dood. Want Larry’s ziekte is ongeneeslijk.

Zo Amerikaans als Mann is, zo on-Amerikaans zijn haar thema’s. Ze lijkt de grote taboes te lijf te willen gaan waarvoor puriteinse Amerikanen zo benauwd zijn: seks en de dood. Mann: “Het is zwaar. Net als toen ik de kinderen portretteerde. Dat voelde toen zo exploiterend en potentieel beschadigend. Soms, als ik naar Larry kijk, zie ik een goede foto maar wel een waar hij niet op zijn voordeligst op staat. Dat is het probleem met foto’s. Wellicht dat deze foto’s van Larry nooit gepubliceerd zullen worden, of op zijn vroegst pas over vijf jaar. Het zijn geen familieportretten. Ze zijn heel, heel intiem. Ik denk niet dat zulke foto’s eerder zijn gemaakt. En zeker niet door een vrouw van haar echtgenoot.”

Als alles voorbij is, resten er slechts foto’s. Mann accepteert het hopeloze, het onmogelijke en triviale van het medium fotografie: dat vastleggen hetzelfde is als loslaten. Haar oeuvre is een meditatie op loslaten.

© Pim Milo, 2009 (Hollands Diep, september/oktober 2009)

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home