donderdag, juni 11, 2009

Hiroshi Sugimoto

De zeegezichten van Hiroshi Sugimoto
Wat zou er op aarde nog precies zo uitzien als toen de eerste mens hier rondliep, vroeg Hiroshi Sugimoto (1948) zich af. Hij dacht aan de berg Fuji, die sinds mensenheugenis het Japanse landschap domineert. Zou die er honderdduizend of een miljoen jaar geleden net zo uitgezien hebben? Ooit waren er twee naast elkaar, Fujiyama en Hakone, beide van vulkanische oorsprong. Bij een uitbarsting, drieduizend jaar geleden, werd de top van Hakone weggeslagen en ontstond het kratermeer Ashinoko. Zo eeuwig onverzettelijk is gebergte dus ook weer niet. Het landschap is voortdurend aan verandering onderhevig. Als dat niet onder invloed van de natuur gebeurt, dan wel door ingrijpen van de mens. Door grond te cultiveren, steden te bouwen en wegen aan te leggen.

Het zeegezicht. Daarvan is de aanblik het minst veranderd; het enige vergezicht dat wij met onze verste voorouders kunnen delen. De zee mag overbevist en vervuild zijn, maar aan het oppervlak is daarvan nauwelijks iets te zien. Mensenhanden hebben havenhoofden gebouwd, golfbrekers, vuurtorens, boorplatforms en kunstmatige eilanden. Toch kost het weinig moeite om plekken te vinden waar de zee onveranderlijk de zee is.

In 1980 begon Sugimoto zeegezichten te fotograferen. Klassiek gekaderde beelden in een liggende uitsnede: de breedte langer dan de hoogte, met de horizon precies in het midden. De bovenste helft lucht, de onderste water. En alles in zwart-wit. Met dat minimalistische gegeven - licht, lucht en water - en dat summiere pallet van zwart, grijs en wit, bereikt Sugimoto een eindeloze variëteit aan resultaten. Ruim tweehonderd zeegezichten heeft hij al, en het onderwerp blíjft fascineren. Begin jaren ’90 kwamen daar nachtopnames bij. Dat was geen bewuste keus maar gebeurde omdat een werkdag langer uitliep en het avond werd en daarna nacht. Soms zijn lucht en water even wit, waardoor de scheidslijn tussen beide nauwelijks waarneembaar is. Soms is de lucht bijna wit en de zee inktzwart. Op een door maanlicht overgoten nacht is de lucht inktzwart en het zeeoppervlak wit. En op een ander moment zijn lucht en water even zwart waardoor er geen horizon zichtbaar is. Het aantal variaties lijkt eindeloos. De in eerste instantie brutaal minimalistische, adembenemend accurate, symmetrische beelden nodigen uit tot nauwkeurige bestudering en onthullen dan subtiele verschillen in tonaliteit, horizon en atmosferische condities, ondanks hun eerste indruk van ogenschijnlijke eentonigheid of leegte.

Sugimoto kiest voor rustige dagen met heldere lucht en weinig wind. Wolkenpartijen - ‘Hollandse luchten’ - worden vanwege hun schilderachtigheid vermeden. Iedere dag, elke minuut van de dag is anders waardoor hij vijf of zes dagen op dezelfde plek kan blijven. Dat is op zich al een genoegen, vooral omdat hij stille, afgelegen plaatsen in dunbevolkte streken zoekt. Hij gebruikt een grootformaat camera waarbij de belichtingstijd zo gekozen is dat nergens schuimkoppen zijn te zien. Het wateroppervlak is olieglad of gerimpeld als woestijnzand.

De foto’s worden in twee edities afgedrukt. Op groot formaat (120 x 150 cm) in een oplage van vijf stuks en op klein formaat (50 x 60 cm) in een serie van 25. Een foto uit de editie op groot formaat kost 80 tot 90 duizend dollar, een op het kleine formaat 20 duizend dollar. Bij Christie’s in New York werd 16 mei 2007 het triptiek ‘Zwarte Zee, Gele Zee en Rode Zee’ voor 1.880.000 dollar geveild.
Voor het gebruik van ‘Boden Sea’ op de voorkant van hun nieuwe CD No Line on the Horizon, was de popgroep U2 goedkoper uit. Sugimoto hoefde geen vergoeding, zolang er geen tekst door zijn foto liep en hij het gelijknamige nummer vrijelijk mocht gebruiken. “Een transactie uit het stenen tijdperk,” noemde Sugimoto dit.

Hiroshi Sugimoto ging naar een katholieke school in een land dat voor meer dan zeventig procent boeddhistisch is. In plaats van met het christendom werd Sugimoto vertrouwd gemaakt met het marxisme en existentialisme. Het merendeel van de docenten bleek niet christelijk, maar marxistisch en atheïst. Religie was ‘opium voor het volk’. In 1970 ging Sugimoto politicologie en sociologie studeren in Tokio. Daar bestudeerde hij de Duitse filosofen Hegel en Kant en economie op Marxistische grondslag. Toen hij in 1971 naar Los Angeles verhuisde, belandde hij middenin de flower power beweging. Iedereen had het over Zen-boeddhisme. Plotseling werd Sugimoto met een hiaat in zijn Japanse achtergrond geconfronteerd, moest hij zich haasten om dat gebrek aan kennis over zijn eigen cultuur bij te spijkeren. Dus studeerde hij drie jaar oosterse filosofie. Hij rondde zijn opleiding af met een studie fotografie aan het Art Center College of Design in Los Angeles. Sugimoto heeft studio’s in New York en Tokio waar hij het beste van zijn cross-culturele achtergrond in zijn werk combineert: invloeden van westerse kunst (het minimalisme van Ellsworth Kelly en de conceptuele kunst van Marcel Duchamp) met oosterse mystiek.

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home