dinsdag, januari 15, 2008

Kadir van Lohuizen

“It's Kadir's Perpignan”, kopte PDN Online op 9 september 2007. Tijdens het 19e internationale festival voor fotojournalistiek Visa pour l’Image in Perpignan werd de oprichting van fotoagentschap Noor wereldkundig gemaakt, terwijl Kadir van Lohuizen bovendien de Visa d’Or won voor zijn reportage over het schrijnende oorlogsleed in Tsjaad.

Kadir van Lohuizen werd geboren op 6 augustus 1963, de achttiende verjaardag van de atoombom op Hiroshima. Afkomstig uit een intellectueel milieu - zijn ene grootmoeder was de eerste Montessori-onderwijzeres in Nederland, zijn andere de eerste vrouwelijke jurist - en beide ouders academisch gevormd, leek een universitaire studie voor de hand, maar op de middelbare school gleed Kadir van gymnasium via atheneum af naar de havo. Het enige diploma dat hij zou halen. Wat hij wél van huis uit heeft meegekregen, is de drang naar autonomie; een grote mate van eigenzinnigheid en zelfredzaamheid. Risicomijdend gedrag is hem vreemd. Van Lohuizen: ‘Ik kom uit Utrecht en mijn ouders zijn in 1975 naar Gouda verhuisd toen mijn moeder daar conservator werd van het Stedelijk Museum. Ik was er ongelukkig. Daarom ging het op school zo slecht. Zodra de kans zich voordeed - het havo-diploma op zak - keerde ik terug naar Utrecht.’ Hij schreef zich in op de sociale academie De Horst. Tijdens zijn studie begon hij met twee anderen een sleep in. Van Lohuizen: ‘Behalve bij het Leger des Heils en bij de zusters Augustinus was er geen nachtopvang in Utrecht. Wij kwamen met het idee van een sleep in waar men voor weinig geld kon slapen, ongeacht of je een heroïnejunk, dakloze of rugzaktoerist was. Iedereen moest daar goedkoop terecht kunnen. We hebben een groot pand gekraakt en vijftig matrassen gescoord. Die slaapzaal voldeed enorm aan een behoefte. Meteen al stond de politie bij ons aan de deur om mensen af te leveren. Aan de ene kant was de gemeente ons ontzettend dankbaar, aan de andere kant hing ons voortdurend de dreiging van een ontruiming boven het hoofd. Toen was het met mijn studie snel gedaan. Wat ik op één dag aan mensenkennis op de werkvloer van de sleep in leerde, kon de sociale academie me in een heel jaar nog niet bijbrengen. Ondertussen deed ik ook managementervaring op, waar ik nu, bij agentschap Noor, nog steeds profijt van heb. We hebben de Sleep In ook zakelijk op de rails moeten krijgen. Hij bestaat trouwens nog steeds. Het is een goed lopende - weliswaar gesubsidieerde - instelling met twintig mensen in vaste dienst. Maar het concept is nog steeds hetzelfde.’

Behalve in de sleep in werkte Van Lohuizen in een buurthuis met moeilijke kinderen op Kanaaleiland en stond hij achter de bar in een gekraakt café waar hij ook filmavonden organiseerde en kraakspreekuur hield. Van Lohuizen: ‘De kraakbeweging heeft een belangrijke rol bij mijn vorming gespeeld. Het ging niet alleen over kraken, maar ook over Nicaragua en El Salvador. De helft van mijn vriendenkring reisde af naar Nicaragua. Ik had al vrij snel het inzicht dat het niet klopte in de wereld. Daarom wilde ik reizen. Ik wilde naar China en ontdekte dat je in Hongarije voor Oostblok-prijzen tickets voor de Trans-Siberië-Express kon kopen.’ De tiendaagse treinreis Boedapest-Moskou-Beijing kostte slechts zestig dollar. Via omzwervingen door Tibet en Hongkong belandde Van Lohuizen op de Filippijnen. ‘Ik zat daar op een soort bounty-eiland toen de opstand tegen president Marcos uitbrak. Dat kon natuurlijk niet, ik op een kokosnoot-eiland terwijl er een volksopstand aan de gang was. Dus heb ik mijn boeltje gepakt en ben naar Manilla gegaan. Dat werden mijn allereerste gepubliceerde foto’s, goed voor vijftien gulden.’

In december 1987 brak de eerste Intifada uit. Van Lohuizen zat in Bangkok en dacht “daar wil ik heen”. Hij bracht twee maanden in de door Israël bezette Palestijnse gebieden door. De Groene publiceerde zijn foto’s. Van Lohuizen: ‘Sindsdien is de camera nooit meer uit mijn handen geweest.’

In 1997 reisde Van Lohuizen op eigen gelegenheid naar het gebied in Zaïre dat beheerst werd door de rebellen van Kaliba. Daar wilde hij de kampen bezoeken rond Kisangani, waar tachtigduizend Rwandese Hutu-vluchtelingen zaten. Bij toeval belandde hij in een overvolle trein die vluchtelingen vervoerde. De reis betekende de dood voor honderden mensen. Met een serie van zeven foto’s van ‘de Trein naar Kisangani’ won hij datzelfde jaar de Zilveren Camera. De trein werd een symbool van het lot dat Afrikanen in de 20e eeuw zo dikwijls trof: verdrijving, wanhoop en een - anonieme - dood.

Van Lohuizen hoort bij de politiek links georiënteerde fotografen die partij kiezen voor de onderdrukte medemens. Met zijn krachtige, overwegend zwart-wit foto’s ageert hij tegen machtsmisbruik, racisme, overheersing en falend overheidsbeleid. Hij fotografeert in gevangenissen, in de Gazastrook, stropers in Kameroen, slachtoffers van de giframp in Bhopal en van de kernramp in Chernobyl, vluchtelingen in Afghanistan, de oorlog in Colombia en de diamantindustrie in Sierra Leone. Ook was Van Lohuizen in Darfur, waar nauwelijks journalisten zijn. Geen van de strijdende partijen heeft belang bij ooggetuigen. Wat we van de genocide in Darfur weten, is uit verhalen van hulpverleners en overlevenden. En van de foto’s die Sebastião Salgado, James Nachtwey en Kadir van Lohuizen er maakten. Gemaakt in gebieden waar geen weldenkend journalist op eigen gelegenheid durft te komen, tenzij in het gevolg van een diplomatieke missie of met een delegatie van de Verenigde Naties. En waarvoor de verzekeringspremie van 1.500 euro per dag onbetaalbaar hoog is.

De oprichting van Noor - Arabisch voor “licht” - werd in Perpignan bekend gemaakt. Het in Amsterdam gevestigde agentschap is een initiatief van de fotografen Samantha Appleton, Jodi Bieber, Philip Blenkinsop, Pep Bonet, Jan Grarup, Stanley Greene, Yuri Kozyrev, Kadir van Lohuizen en Francesco Zizola en de van World Press Photo afkomstige Claudia Hinderseer. Alle negen hebben een gezond wantrouwen jegens autoriteit en overheid. Bieber bijvoorbeeld groeide op in het Zuid-Afrika van de apartheid, Grarup komt uit Christiania - het krakersbolwerk van Kopenhagen, Kozyrev komt uit de voormalige Sovjet-Unie en Greene was lid van de Black Panthers.

Van Lohuizen: ‘Voor Perpignan hebben Stanley Greene en ik een twaalf minuten durende presentatie in elkaar gezet. Daar hebben we van een aantal mensen commentaar op gehad. Omdat de beelden die we lieten zien, niet erg blijmoedig zijn. Ons werk is niet vrolijk. De wereld waarin wij leven, is dat evenmin. Dat willen wij laten zien en dat doen wij op onze manier. We zijn geen modefotografen, we zijn geen reclamefotografen. Het is meer dan ooit belangrijk dat er een tegengeluid komt. Dat de balans niet doorslaat. Er is, met name ook in Nederland, de neiging om de blik naar binnen te keren, muren om ons heen te bouwen en doen alsof de ellende ons niet aangaat.’

Inmiddels woont Van Lohuizen in New York. Van Lohuizen: ‘Ik leg de lat hoog. Mijn directe concurrent is gewoon James Nachtwey. Dat is waar ik nu tegenop boks. Dat is noodzakelijk om hogerop te komen. Hoe groter mijn podium, hoe groter mijn publiek. Ik draag Vrij Nederland een warm hart toe, maar met de New York Times bereik ik wel vier miljoen mensen. Het is heel erg prettig dat die Times - nadat er veel te lang mediastilte rond Katrina was geweest - er opeens vijftien pagina’s aan wilde besteden. Daar schrikken de mensen pas goed wakker van.’

©Pim Milo, 2008

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home