maandag, oktober 22, 2007

L.J.A.D. Creyghton

Hollands Gloren
De landschapsfotografie van L.J.A.D. Creyghton

L.J.A.D. Creyghton (1954) is landschapsfotograaf. Zijn actieradius is onbegrensd. Hij verplaatst zich in het Brabantse equivalent van de P.C. Hoofttractor: een forse, blauwe Jeep Cherokee. Met recht, want voor zijn werk worden gebaande wegen met regelmaat verlaten. Naast wegenkaarten en thuis aandachtig uitgeplozen reisgidsen beschikt hij over satellietnavigatie en kunnen door hem geselecteerde locaties te allen tijde tot op een meter nauwkeurig weer teruggevonden worden. Voor wanneer het jaargetijde daar bij uitstek geschikt voor is en de zon op de juiste plek aan de hemel staat. Creyghton: ‘Ik zoek als het even kan de makkelijkste weg, parkeer de auto dichtbij waar ik moet zijn. De koffer met apparatuur is veertig kilo zwaar en het statief weegt ook niet niks. Soms fotografeer ik op particulier terrein dat met een hek is afgesloten. Je moet dan dat hek over en de uiterwaarden in. Naast mijn camera heb ik een extra regenjas, een paraplu, een lichtmeter en mijn zakken zitten vol met films en proviand. Indien nodig loop ik een tweede of derde keer. ‘
Eenmaal op de plek van bestemming is het installeren een kwestie van routine. De camera is in een vloek en een zucht opgesteld. De lens zit er in een handomdraai op. In nog geen vijf minuten staat alles klaar. Daarna is het licht meten, nog eens licht meten en snel maar aandachtig kijken. De juiste kadrering zoeken. Een boom of wat struikgewas om het beeld mee te begrenzen.

Schilderachtig
‘Fotografen zijn luie schilders’, stigmatiseerde kunstcriticus Hans den Hartog Jager een hele beroepsgroep in NRC Handelsblad van 26 september 2003. Oh ja?’ schamperde Hans Aarsman. ‘Dan zijn motorcoureurs zeker luie wielrenners”. Creyghton mengde zich niet in de aanzwellende polemiek die culmineerde in een debat in De Balie in Amsterdam, maar vroeg in plaats daarvan Den Hartog Jager het voorwoord te schrijven voor zijn boek “Holland Album”: een bundeling van ruim honderd landschapsfoto’s waarmee hij laat zien dat Nederland nog niets van haar fascinerende schoonheid is kwijtgeraakt en dat de camera in bekwame handen een meer dan adequaat substituut voor verf, schilderlinnen en penseel kan zijn.
“Holland Album” is een mix van grofkorrelig kleinbeeld, middenformaat en grootformaat fotografie. Creyghton: ‘Het gaat over plekken die mij persoonlijk raken. Thuis hadden we een koektrommeltje met de molens van Kinderdijk daarop. Ooit assisteerde ik de in Londen wonende Nederlandse fotograaf Rolph Gobits in Nieuw Zeeland toen we een vrouw tegenkwamen die de zee nog nooit gezien had. Dat vond ik raar, tot ik me realiseerde dat ik de molens van Kinderdijk nog nooit in het echt gezien had. Dat zette het proces in gang om plekken te fotograferen die mij persoonlijk iets zeiden. Superscherp en gedetailleerd op vier bij vijf inch, of lekker romantisch en schilderachtig op kleinbeeld. Afhankelijk van de betekenis kies ik mijn camera.’
Een schilder kan zich vrijheden permitteren. Een verder saai, vlak landschap krijgt diepte en variëteit door er strategisch een molen of een boom in te plaatsen. Jacob van Ruisdaels landschappen lijken poëtischer, imposanter en dramatischer dan de werkelijkheid. Ze zijn feitelijk imaginair. Zo is diens beroemdste werk, De Joodse Begraafplaats (1655-1660) nauwkeurig gecomponeerd. Het enige wat tot de realiteit is terug te voeren, zijn de grafstenen van de Joodse begraafplaats in Amsterdam. Dit soort vrijheden is de analoog werkende fotograaf niet gegeven. Creyghton: ‘Ik ben niet roomser dan de paus. Als ik ergens niet omheen kan, haal ik het gewoon weg, digitaal. De computer staat dat toe. Op een camping in Brabant was tussen de caravans een waslijn gespannen. Ik kon die met geen mogelijkheid buiten beeld krijgen. Ik vind het geen inbreuk op de authenticiteit van het beeld om die weg te retoucheren. Anders wordt het als je een element uit het beeld naar een andere plek verhuist of in een ander beeld plaatst. Dat zal ik niet snel doen.’

Winterlandschap
Creyghton begon zijn fotografische loopbaan met het maken van portretten voor bladen als Avenue, Elsevier en Quote. Opvallende, ingetogen beelden waarin de prominent aanwezige omgeving veel over de gefotografeerde persoon onthulde. In 1990 vroeg Elsevier hem de Maastrichtse kunsthandelaar Rob Noortman te portretteren, terwijl deze bij een 17e eeuws winterlandschap van Hendrick Averkamp poseerde. Die opdracht betekende een keerpunt in Creyghtons carrière. Sindsdien wijdt hij zich voornamelijk aan de landschapsfotografie en werd het werken in opdracht grotendeels ingeruild voor de autonome fotografie.
Creyghton is geen luie schilder. Daarvoor staat hij te vroeg op. ‘s Zomers zit hij soms al om drie uur ‘s ochtends achter het stuur om het prille ochtendlicht te vangen. De wijze waarop het licht over het landschap speelt en de atmosferische condities die dat spel beïnvloeden, zijn bepalend voor de stemming van het beeld. Een lage zonnestand zorgt voor delicate structuren en zachte detaillering in de schaduwpartijen. Creyghton heeft een voorkeur voor de ochtend. ‘Als je het landschap ‘s avonds fotografeert, lijkt de natuur vermoeid. ‘s Ochtends is de lucht nog heiig van de waterdamp. Ook waait het dan altijd wat. Je voelt de natuur ontwaken en je ziet het aan de planten en dieren: alles zindert van de energie. Bovendien vind ik het prettig om midden in de nacht op te staan en de natuur in te rijden, de auto ergens te parkeren en de camera uit te pakken. Het is telkens een feest om te zien hoe het licht wordt. Ook omdat het niet te voorspellen is. Je kunt bij een heldere sterrenhemel van huis wegrijden en onderweg de lucht dicht zien trekken. Dat je denkt: “ik kan net zo goed teruggaan.” Maar dat doe je niet. Ook als het pijpenstelen regent, ga ik aan het werk. Je moet je verwachtingen kunnen bijstellen en alert zijn op wat er geboden wordt. Ik kan de dingen sturen door de locatie, de dag en het tijdstip uit te kiezen. Verder moet ik het loslaten. Terwijl ik de camera opstel, hoor je de eerste vogeltjes fluiten. Je ziet een konijn wegrennen. Het is een ongeëvenaarde sensatie om plotseling oog in oog met een ree te staan. Als ik me heb geïnstalleerd, begint het wachten op de eerste zonnestralen. De omgeving komt tot rust. Mijn aanwezigheid is niet langer een inbreuk, maar wordt een vanzelfsprekendheid. Terwijl ik koffie drink, ontwaakt de natuur. Vossen komen uit hun holen, overal klinken geluidjes en terwijl ik me behaaglijk voel ben ik alert op de dingen die staan te gebeuren. Want het is wel de bedoeling dat ik met een goede foto thuis kom.’

Dreigende wolkenlucht
En altijd is er de horizon, klassiek op ongeveer een derde van het beeld. Creyghton: ‘Af en toe verleg ik die als de voorgrond interessant is. Maar de lucht is zo veelzeggend over de intenties waarmee ik mijn beeld maak. Een dreigende wolkenlucht suggereert veel over de plek en de situatie. Als die minder prominent zou zijn, mis je heel veel informatie. Het is een stijlmiddel. Ik probeer zo romantisch mogelijk te fotograferen en tegelijk het drama te pakken. De loopgraven uit de eerste wereldoorlog associëren we met koude en regen, met tot op het bot verkleumde soldaten. De slagvelden bij Ieper fotografeer ik daarom op een herfstige ochtend die, mede door twee zwanen en de sluierende mist, een suikerzoete laag heeft meegekregen.’ Op 22 april 1915 voerden de Duitsers hier hun eerste grote aanval met chloorgas uit, waarbij naar schatting vijftienduizend militairen om het leven kwamen. Niet al Creyghtons landschappen zijn zo puur en onschuldig als ze in eerste instantie lijken.