vrijdag, mei 04, 2007

Marcel van der Vlugt (1)

Hij won voor de derde keer de Deelbekroning Fotografie bij de ADCN, is een kwart eeuw fotograaf en wordt ook nog eens vijftig. Marcel van der Vlugt. Veertig jaar woont hij boven een fotostudio. De eerste twintig jaar boven die van zijn ouders, de laatste twintig jaar boven die van hemzelf. Portret van een geboren fotograaf.

Van huis uit fotograaf

Marcel van der Vlugt werd op 26 juni 1957 in Naaldwijk geboren, twee jaar na Will - een van Nederlands succesvolste commercialregisseurs - en zes jaar voor Ron - creative director/partner TBWA\Designers Company. Kinderen uit een Westlands middenstandsmilieu waar de klanten ook op zondag na kerktijd konden aanbellen. Zelfs op Sinterklaasavond of met de kerst werd de winkeldeur opengedaan. Marcel senior had een fotozaak. Thuis voerde de route naar de woonkamer door de studio. Waar altijd werd gewerkt. Als het geen huwelijksfoto's waren, dan toch minstens pasfoto's. Terwijl vader het licht opstelde, streek moeder de laatste plooien in de trouwjurk glad en terwijl de eerste bruidsfoto's werden weggeklikt, drapeerde moeder de sleep nog gauw even mooier. Hun hang naar perfectie, het oog voor detail hebben de jongens dus niet van een vreemde.
Toen na renovatie van enkele oude panden naast de fotozaak nieuwe winkelruimte kwam, besloot moeder Van der Vlugt dat ze daar een eigen zaak wilde beginnen. Maar in wat? "Een platenzaak!", riepen de puberende Will en Marcel in koor. Het werd een juwelier, waarvoor moeder als een speer de vereiste papieren haalde. Daar zit de ondernemersgeest.
De interesse voor techniek komt van vader. Die keek niet in fotoboeken, maar in vakbladen en was altijd met nieuwe dingen bezig: camera's, lenzen, films en flitsapparatuur. De doka van senior was zo modern dat die door Agfa in een advertentie werd afgebeeld. Daarvan hing een enorme vergroting op de Fotokina in Keulen. Vader Van der Vlugt was ook een van de eersten die polaroidmateriaal ging gebruiken.
Ter gelegenheid van de feestelijke opening van vaders zaak in de Naaldwijkse Molenstraat maakt de burgemeester een foto. Vader heeft een polaroidcamera opgesteld en de burgemeester hanteert de draadontspanner. Op de foto daarvan staan Will en Marcel er met de neus bovenop en met open mond gebiologeerd toe te kijken.
Het voert wat ver om te beweren dat daar en toen Marcels liefde voor polaroids geboren is. Feit blijft dat hij al meer dan twintig jaar hoofdzakelijk werkt met een grootformaat camera en polaroidmateriaal. In plaats van een aantal beelden in enkele seconden, schiet hij een enkel beeld in een aantal minuten. Van der Vlugt houdt van deze ogenschijnlijke traagheid, die hem in staat stelt heel secuur te kijken. Hij maakt relatief weinig opnames, fotografeert zuinig. Elke opname is een weloverwogen keuze en een schakel in een keten. In het februarinummer van Creatie zei Van der Vlugt over dit proces: 'Analoog werkende fotografen konden een maagzweer krijgen van de vraag of ze het goede beeld wel hadden. Zekerheid was er pas als de ontwikkelde film uit het lab terugkwam. Omdat ik op polaroid werk, wéét ik - uit eigen waarnemening - wanneer ik de goede opname heb.' Daarna gaat hij door. De eerste polaroid wordt bekeken en aan de muur gehangen. De volgende komt daarnaast. 'Op een gegeven moment hangen er twintig. De eerste vind ik mooi, de derde, de tiende ook. Maar misschien is nummer drie wel het meest bijzonder. Er is iets niet perfect, een kleine beweging die ik in eerste instantie storend vond maar waar ik nu op terugkom. Juist door die imperfectie blijkt hij het interessantste. Een boeiend proces, nog eens versterkt door de prettige traagheid van een grootformaat camera. Bij een andere techniek zou het niet werken.'
Inmiddels is fotografie merendeels digitaal en kent zo'n beetje iedere fotograaf de sensatie van instant-resultaat. Van der Vlugt waagt dat te betwijfelen. 'Behalve dat ik diezelfde sensatie al twintig jaar ken, heb ik ook nog eens het voordeel dat ik elke opname ook echt beet kan pakken, inlijsten en tentoonstellen. Op je beeldscherm is dat toch iets anders.' Hij wijst op het wandbord in zijn studio. 'Ik heb de mogelijkheid om te rubriceren, te groeperen, de beelden naast en tegen elkaar aan te hangen, weg te halen en toe te voegen. Ik kan er notities naast plakken en dingen op schrijven. Je kan er met anderen langs lopen, er samen naar kijken en het anders indelen. Allemaal praktische voordelen.' En dan is er het typische kleurkarakter van het polaroidmateriaal. 'Toen ik ermee begon, werd me gezegd dat het niet geschikt was voor het grafische reproductieproces. Er zit geen wit in, het geel is niet goed. Inmiddels is dat typische kleurenpallet een bepalend aspect van mijn fotografische signatuur. Dat, en die bijzondere weergave van huidtinten.'
Richard Avedon zei ooit dat het in de portretfotografie draait om de manier waarop iemand zich voor de camera presenteert en de reactie van de fotograaf op dat gedrag. Van der Vlugt voegt daar de reactie van de geportretteerde aan toe, door die tussentijds met de gemaakte polaroids te confronteren. Van der Vlugt: 'Laatst moest ik zes of zeven museumdirecteuren voor een modeserie fotograferen. Die mannen zijn dag en nacht met beeld bezig, weten wat de zeggingskracht ervan is. Maar een portretopname van jezelf beoordelen is andere koek. Bij elke volgende opname dachten ze aan de voorgaande die ze net bekeken hadden. Dat is een interessant fenomeen waar ik bewust gebruik van maak. Het is een interactief proces. Met Ruud Visschedijk, directeur van het Nederlands Fotomuseum, werd het een soort kat en muisspel. Dat kan op geen andere manier dan met polaroid. De geportretteerde participeert actief in het proces. Niks geen model dat aan de intenties van de fotograaf is overgeleverd.'

Zinnenprikkelend
Van der Vlugts redactionele en autonome werk is onmiskenbaar sensueel. Erotisch en zinnenprikkelend, maar nooit exploiterend of vrouwonvriendelijk. Dat komt mede door het polaroidmateriaal, waarmee Van der Vlugt het model bij iedere stap in het proces betrekt. Er wordt nooit een foto 'gestolen'. Het is altijd met instemming en deelname. Nooit heimelijk, maar in harmonie. Daarom is Van der Vlugts oeuvre eerder poëtisch dan onthullend. Neem die close up opname van een vrouwenmond met een aardbei vlakbij de lippen. Door de glans op de lippen, de kleuren, de intimiteit van het extreem dichtbije standpunt is het een heel prikkelend beeld, dat slechts uit suggestie bestaat. Een spel met de geconditioneerdheid van de kijker. Een vriendin des huizes heeft een afdruk in haar woonkamer hangen. En ook moeder Van der Vlugt zou er best een druk van willen hebben.
De foto's van Marcel van der Vlugt maken deel uit van onze veranderende samenleving, verschuiven mee met de verschuivende grenzen en de veranderende normen en waarden. Op zijn minst vormen ze Van der Vlugts commentaar op onze wereld. Hoe ziet hij zijn rol in de "bimbocultuur"? 'Ik maak er gebruik van. Ik lees erover, lach erom, signaleer en commentarieer. Voor een commercial die ik ga regisseren stelde ik voor het model een gouden bikini aan te trekken, als reactie op de ophef rond het billboard van Hunkemöller in Utrecht.' Ook is Van der Vlugt naar "New Beauty" geweest, een beurs in de RAI over cosmetische chirurgie. 'Daar pik ik dingen op die ik in mijn fotografie kan gebruiken. Ik maak deel uit van de samenleving, speel met de cliché's en gebruik die. Het is net squash. Je slaat een balletje dat via vloer, wanden en plafond ricocherend bij je terugkomt en weer geslagen moet worden. Het is niet de rechtstreekse klap, maar het effect daarvan. De ruimte als begrenzing van wat mag en kan.'

Al een jaar was Van der Vlugt met een nieuw, eigen project bezig, "A New Day". Over een imaginaire beautykliniek voor plastische chirurgie waar - in plaats van liposuctie, botox, borstvergroting, beenverlenging of facelifts - bloesem wordt geïmplanteerd. Bloesem als metafoor voor jeugd, nieuw leven en vruchtbaarheid. Een spannende contradictie tussen het verlangen naar eeuwige jeugd en vergankelijkheid. Van der Vlugts commentaar op make-over programma's. Toen belde Pieter Schol, artdirector van het bookazine Dif. Van der Vlugt: 'Hij vroeg of ik iets met het thema "de maakbare mens" kon. Dat telefoontje kwam op het juiste moment. Ik heb er een ironische serie van gemaakt. Door een vrouw, behoudens haar van nature perfecte borsten, geheel in te zwachtelen, wekt die foto de indruk dat die borsten plastisch gecorrigeerd zijn. Hetzelfde deed ik met een prachtige mond: het hele gezicht in windsels en alleen de lippen vrij.' Deze serie was goed voor de Deelbekroning Fotografie bij de ADCN.
Een kleine drie jaar geleden fotografeerde Van der Vlugt de twaalf tekens van de dierenriem. Het moest een staalkaart van vrouwelijke representatie worden: blank, zwart, groot, klein, dik en dun. Elk type vrouw stond voor een sterrenbeeld. Voor het eerst gebruikte Van der Vlugt een 'anorexiamodel', een broodmager meisje als contrast met een voluptueus model. De dikke dame was een openbaring: 'Dat je bij een zo forse vrouw heel anders met lijf en pose omgaat dan met maatje 36.' Dove zag de foto's, wat tot een commerciële opdracht leidde.
Zo loopt het bij Van der Vlugt allemaal in elkaar over: reclame, redactioneel en autonoom. Voorheen afzonderlijke vakgebieden die nu organisch in elkaar overvloeien. Een autonoom project ("A New Day") kan zomaar een beautyserie worden en bij de ADCN (de reclamewereld) in de prijzen vallen. Een niet-gepubliceerd project (sterrenbeelden) leidt tot een reclame-opdracht voor Dove. Dat is altijd Van der Vlugts ideaal geweest. En lang een frustratie omdat de drie werkgebieden door menigeen als gescheiden werelden werden gezien.

Voedingsbodem
Een van de belangrijkste lessen die Van der Vlugt leerde uit de fotobladen die thuis bij zijn vader lagen, was de uitdaging "If you hate it, shoot it". Schiet het en gebruik het. Wacht niet tot iets anders voorbij komt of de zon schijnt, maar ga gewoon fotograferen. Van der Vlugt: 'Dat is het voordeel van ouder worden. Je wordt zekerder en doet je voordeel met de ogenschijnlijk nadelige dingen zoals die gebeuren. Voor La Vie en Rose moest ik een serie maken. De briefing bestond uit twee woorden, zoals redactionele briefings soms zo bondig kunnen zijn: "Mia Farrow", punt. Ik ben op zoek gegaan naar haar spitting image. Dat heb ik niet kunnen vinden. Ik strandde in de casting en had geen idee hoe het verder moest. Toen besloot ik om van die casting een reportage te maken. De vergeefse zoektocht naar de look-a-like van Mia Farrow werd het onderwerp en is tegelijk weer een reactie op alle afval- en selectieprogramma's op tv. De drie beste look-a-likes spelen dat ze gecast willen worden voor de rol van Mia Farrow.'
Hoe zou de carrière van Van der Vlugt eruit gezien hebben als hij, eind jaren zeventig van de vorige eeuw, niet naar de toen vrij technische School voor Fotografie in Den Haag was gegaan, maar bijvoorbeeld naar de Rietveld Academie? Van der Vlugt: 'Direct na school ben ik naar Düsseldorf verhuisd, om bij reclamefotograaf Manfred Vogelsänger te assisteren. In de stad waar rond die tijd de Becher Schule is ontstaan." Het Duitse fotografenechtpaar dat de registrerende, documentaire kwaliteiten van de fotografie als uitgangspunt zou nemen en de grootformaat camera centraal zou stellen. Tot hun beroemdste Nachwuchs horen Thomas Struth, Thomas Ruff en Andreas Gursky. Van der Vlugt: 'Verdiepend bezig zijn, zoals ik nu werk, werd in Den Haag niet gestimuleerd. De tijd die het me heeft gekost om daar op eigen kracht te komen, heeft me wel de bagage gezorgd om het ook zo te kunnen maken. Zoals de reclamefotografie voedingsbodem was voor mijn autonome werk. Daarom frustreren die verschillende richtingen elkaar niet meer. Ik ben fotograaf. Geen reclamefotograaf, geen modefotograaf, geen kunstfotograaf. Gewoon: fotograaf. Zonder adjectief."
© Pim Milo, 2007

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home