zaterdag, januari 06, 2007

Victor Bergen Henegouwen

Een ontregelend spel met de kijker
Het ‘Je ne sais quoi’ van Victor Bergen Henegouwen

Victor Bergen Henegouwen is een relatieve nieuwkomer in de fotografie. Pim Milo waagt zich aan een exegese van zijn tot de essentie teruggebrachte portretten en stills. ‘Zijn werk gaat over identiteit en het verlies daarvan.’

In zijn essay ‘Camera Lucida’ onderscheidt de schrijver Roland Barthes twee verschillende factoren in onze relatie met beeld: studium en punctum. Het studium is een passieve reactie op de aantrekkingskracht van het beeld; het punctum vraagt om de vorming van een kritisch oordeel. Iets in het beeld verstoort de harmonie en de stabiliteit, geeft ons een speldenprik en zet het proces op gang om het beeld te openen voor een kritische analyse. Zodra we het punctum hebben herkend, worden wij actieve ‘lezers’ van de foto.

Neem de foto die Victor Bergen Henegouwen voor Opzij maakte van de schrijfster Karin Spaink. De frontale opname van een door chemotherapie kaal geworden vrouw met het litteken van een geamputeerde rechterborst is op voorhand een ontregelend portret. De voor het werk van Bergen Henegouwen zo kenmerkende pastelle huidtinten zijn hier nog eens extra prominent omdat Spaink zoveel naakt laat zien. Vanaf haar kale hoofd tot even boven de navel. Die half ontklede pose maakt haar nóg kwetsbaarder. Een groot litteken op de plek waar een borst gezeten heeft. Een onbestemde blik in haar ogen. Angstig? Uitdagend? Het is een confronterend beeld van een vrouw die zonder terughoudendheid laat zien wat de kanker met haar gedaan heeft. Totdat onze ogen naar helemaal onderin zijn afgedaald en op haar roodgelakte nagels blijven rusten. Ondanks alle misère is het verlangen vrouw te zijn overeind gebleven. Opeens zien we niet alleen haar kwetsbaarheid, maar ook haar zelfbewustheid, haar sensuele mond, de borst die ze wél mocht houden, haar mooie handen. Alles roept: Ik ben vrouw!

Bergen Henegouwen speelt een spel met de kijker: herkenning gevolgd door wending en verrassing. Zelfs als je ziet waar hij ons op het verkeerde been zet, is er een onderliggende laag die je opnieuw van je stuk brengt.

Zijn werk gaat over identiteit en het verlies daarvan. Als we iemand op een onbekende plek neerzetten, in kleren die niet van hem of haar zijn, wat gebeurt er dan met die persoon? Wat gebeurt er dan met de eigen identiteit? Verliezen we het contact met onszelf? Wat gebeurt er als de fotograaf ons opdraagt onnatuurlijke poses aan te nemen? Dat is wat Bergen Henegouwen onderzoekt. Hij ontregelt zijn modellen, laat ze hun persoonlijkheid inleveren, zonder er een lekker passende identiteit voor terug te geven. Hij plaatst ze in minimalistische decors en laat ze verwrongen houdingen aannemen. Wat hen tenslotte resteert, is hun roepnaam en zelfs die neemt hij hen af, want die wordt de titel van de foto. Meisjes die zich bij het modellenbureau lieten inschrijven met geen andere ambitie dan om zich zo mooi en voordelig mogelijk te laten fotograferen, moeten bij Bergen Henegouwen in een hoek van de studio met besmeurd gezicht een junk met ontwenningsverschijnselen verbeelden. Vaak barsten ze dan in huilen uit. Bergen Henegouwen brengt ze in een pose en omgeving waar ze zich niet thuis voelen. Het is een spel, een laboratoriumsituatie waar de fotograaf de rol van klinische observator heeft. Hij laat ze voor het oog van de camera worstelen met de verloren identiteit en zoeken naar een nieuw evenwicht.

Wij, kijkers, blijven met onze aannames zitten. We proberen de persoonlijkheid van de geportretteerde te doorgronden, te begrijpen wat het onderliggende verhaal is. Veel houvast geeft Bergen Henegouwen ons niet. Wat hij kan weglaten, is weg. Bij hem dient kleding als expressiemiddel, als communicatie-instrument. Door alles tot de essentie terug te brengen, ligt het accent op lichaamstaal en kleding. En zelfs die kleding is minimaal, kaal, karig en bij voorkeur monochroom. Ook wij worden ontregeld, van onze ankerpunten ontdaan, meer voelend dan ziend dat er iets in zijn beelden wringt.

De set is van alle ballast ontdaan. Slechts een enkele plint of een sporadisch stopcontact dienen als oriëntatiepunt. Geen anekdotiek, schraalhans is keukenmeester. De achtergrond is van een vervreemdende kleur, zwaar van lichtheid. De kijker krijgt weinig cadeau. De modellen staan in houdingen die niet echt flatteren. Een naar voren gekanteld bekken doet de buik bollen. Het gewicht rust op één been, waardoor de heup van het onbelaste been hoekig uitsteekt. Een schouder hoog opgetrokken, waardoor de neerhangende armen niet even lang lijken. De nek in een excentrische knik, waardoor het hoofd niet op de as van het lichaam staat.

Zelfs als er in het geheel geen mensen in beeld staan, blijven de foto’s van Bergen Henegouwen ontregelende vragen opwerpen. De productopnames die hij maakte voor het tijdschrift DIF bij het artikel ‘The future of the welfare state’. Een telefoonhoorn, een rollator als Ikea-bouwpakket, een rolstoel van Louis Vuitton, een pillenstrip met Gucci-strik, stuk voor stuk verontrustende voorwerpen. Ornamenten uit een wereld die lachend ten onder lijkt te gaan. Of neem de kledingstukken uit de collectie van het Rijksmuseum. De attributen zijn zó neergelegd alsof ze zojuist zijn uitgetrokken, alsof de lichaamswarmte en geur van de drager er nog aan zit.

Geen anekdotiek, schraalhans is keukenmeester. De kijker krijgt weinig cadeau.

Toeval bestaat niet bij Bergen Henegouwen. Alles is onder controle, ieder beeld is voor minstens negentig procent vooraf bedacht. Elk element, ieder accent, elk stofje, alles is door en door beheerst en zorgvuldig geconstrueerd. Het resultaat is een mengeling van modefotografie, klinische observatie en klein menselijk drama. We beleven Bergen Henegouwens liefde voor fotografie en zijn zoektocht naar de betekenis van het modebeeld, zijn gevoel voor vorm en compositie en het psychologische spel, de interactie tussen onderwerp en beschouwer. Bergen Henegouwen laat ons dwalen.

Hij is geïnteresseerd in mode en in het psychologische effect van presentatie op het individu. Die interesse laat zich makkelijk verklaren.
Twaalf jaar lang hadden Victor Bergen Henegouwen en zijn vrouw Monique Bröring een goed lopend modebedrijf. Zij ontwierpen stoffen en labels voor internationale merken als Prada en Ralph Lauren. Dat ging hen makkelijk af. Te makkelijk. Op het laatst hielden ze zich vooral onledig met paardrijden bij hun huis in Frankrijk. Ze leefden als jonge pensionados. Er moest een nieuwe uitdaging komen. Die werd gevonden in de fotografie. Autodidact Bergen Henegouwen achter de camera en Bröring achter het beeldscherm.

De jaren in Frankrijk zijn zeker vormend geweest voor Bergen Henegouwens kleurgebruik, zijn pastelle, mediterrane tinten. En voor dat ondefinieerbare iets wat de Fransen hebben, dat ‘je ne sais quoi’. Dat moeilijk benoembare wat de foto’s van Bergen Henegouwen die intrigerende, diepere lading geeft.