dinsdag, september 19, 2006

Herman Poppelaars

Gebr. Poppelaars: ’t Is niet m’n broer, maar toch de zoon van m’n vader

Terwijl twee bejaardenverzorgers boven het hoofd van de kamerbewoner klagen dat de ouderenzorg aan alle kanten wordt gekort, speelt zich een razendsnelle slapstick af. Zonder hun litanie te onderbreken of de bejaarde een blik waardig te keuren, worden de vanaf links aangereikte zaken – placemat, bord warm eten, bekertje medicijnen – in een vloeiende beweging door de ander van rechts weer weggegrist en in een vuilniszak gekieperd. De oude man, die bij binnenkomst van het personeel zijn kruiswoordpuzzel nog verwachtingsvol had neergelegd, krijgt geen kans de maaltijd zelfs maar aan te raken. Zijn stille spel, dat uit weinig meer bestaat dan wat draaiingen van het hoofd en een enkel armgebaar, doet niet onder voor de soepel bewegende hoofdacteurs, die ons onderwijl bijbrengen dat Pearle leeftijdskorting geeft. Hoe hoger de leeftijd, hoe hoger de korting.

“Where’s the beef?”
Het werk van Herman Poppelaars doet denken aan dat van de legendarische regisseur Joe Sedelmaier, die enkele van de meest krankjorume commercials uit de geschiedenis van de Amerikaanse televisie op zijn naam heeft. Where’s the beef? voor hamburgerketen Wendy’s staat voor eeuwig in de Hall of Fame. Maar ook That's a spicy meatball voor Alka Selzer mag er zijn. Sedelmaiers absurdistische gevoel voor humor, gekoppeld aan een cast van meest onwaarschijnlijke, buitenissige non-acteurs, stond borg voor zeldzaam komische reclamefilmpjes. Hij werkte het liefst met amateurs, die min of meer gedwongen werden om hun teksten uit te spreken zonder daar een spier bij te vertrekken. Als ze toch mimiek vertoonden, kon hij in woede ontsteken. Er is een documentaire over Sedelmaier. Daarin zien we hem zijn non-acteurs regisseren en gaandeweg steeds bozer worden.

Kleine stapjes
Ook Poppelaars werkt graag met amateurs. Nog liever zelfs met amateurs die geen ervaring hebben. Hij mag ze graag ‘cinematografisch ontmaagden’. Anders dan bij Sedelmaier worden de acteurs met zachte hand aangepakt. Toen Poppelaars besloot om commercials te regisseren, ging hij eerst in de theaterwereld te rade. Wat is acteren? Hoe denkt een acteur? Hoe herken je als regisseur de spanning en de energie bij de acteur? Wanneer is het moment om een pauze in te lassen? Poppelaars leerde om met zijn belangrijkste speler een pact te sluiten voor die ene dag, een speciaal contact te ontwikkelen. “Als ik mensen regisseer, zijn dat ‘reisjes’. Met kleine stapjes probeer ik de acteurs bij elke volgende take een stukje verder te brengen.”

Alle deuren open
Jaren 90 deed de ‘gewoonheid’ zijn intrede in de reclame. Het was gedaan met de gladde beelden van weleer. Paul Meijer zei, in Quote: “We kennen het nu wel, we weten wel dat het gelikt in elkaar zit. Nu moeten we maar eens kijken waar je de mensen echt mee kan raken.” Reclame-uitingen werden luchtiger, de humor absurd. Precies in die tijd maakte Herman Poppelaars zijn opwachting als reclamefotograaf. De voormalige decorbouwer en theatertechnicus van toneelgroep De Trust presenteerde zijn werk aan Erik Kessels en kreeg een personeelswervingscampagne voor Levi’s te fotograferen. Een ironische campagne met merkwaardige types in weinig aansprekende beroepen, zoals de ‘professional handclapper’. Poppelaars: “KesselsKramer had schetsen voor vijf foto’s. Of ik er ook vijf wilde bedenken en maandag terug kon komen. Ik kwam met wel honderd ideeën. In tien dagen maakte ik net zoveel foto’s als in mijn hele laatste jaar aan de fotovakschool. Een energie... Fantastisch, ik heb amper geslapen. En toen gingen bij alle reclamebureaus de deuren voor me open.”

De billen bloot
Toen Poppelaars bij zichzelf constateerde dat hij steeds vaker in scènes ging denken en bij castingsessies wegdroomde – wie is die man, wat doet hij, waar woont hij, hoe ziet zijn vrouw eruit – besloot hij regisseur te worden. “Als je maar lang en hard genoeg roept dat je wilt regisseren, is er altijd wel iemand die dat hoort. In mijn geval waren dat Poppe van Pelt en Diederick Hillenius, bij TBWA\Campaign Company.” Zonder enige ervaring ging hij aan de slag. Op zijn eerste draaidag verzamelde hij de filmcrew om zich heen en zei: “Sommige van jullie weten het al, anderen nog niet. Dit is mijn eerste keer. Ik ga misschien domme dingen zeggen of doen. Zou je, als je dat hoort of ziet, naar me toe willen komen en me discreet op mijn fouten wijzen?” Liever met de billen bloot dan als new kid on the block de blaaskaak uit te hangen.

Bingoavond
November 2003 werd een eigen filmproductiemaatschappij opgericht. Om de twee diensten te accentueren – fotografie en film – en enige mystificatie toe te voegen, werd het bedrijf Gebr. Poppelaars gedoopt. “Ik heb wat met traditionele normen en waarden: je best doen, hard werken. Het zijn kernbegrippen zoals die voorkomen bij familiebedrijven. Dus hebben we een fictieve broer bedacht, die de regisseur zou zijn: Gebr. Poppelaars. Heerlijk, die verwarring.” Het tweejarig bestaan werd gevierd met een bingoavond in een partycentrum in de Amsterdamse Jordaan waarbij twee figuranten optraden als showduo.

Volkse humor
De absurdistische, tamelijk volkse humor die zo kenmerkend is voor het werk van Poppelaars, wordt met goed gevoel voor zelfspot en ironie doorgevoerd in alle elementen van de huisstijl. Een duidelijke positionering, die wijst op totale vereenzelviging met het product.
Typografie, kleurstelling en vormgeving van de website doen eerder denken aan een verhuisbedrijf dan aan een creatieve filmproductiemaatschappij. Geen curriculum vitae van de regisseur, noch een klantenlijst of een overzicht van gewonnen reclameprijzen. Wel een welkomstwoord van de financieel directeur en pagina’s die gewijd zijn aan gebouw, directie, personeel, magazijn en wagenpark.

Een nieuw broertje
Sinds enige tijd telt Gebr. Poppelaars een twééde regisseur, Joris Dommels, wiens komst blij met de klanten werd gevierd. Die ontvingen, hygiënisch verpakt, een beschuit, een klontje boter en blauwe muisjes, met daarbij de tekst ‘Hoera, het is feest want de ooievaar is geweest.’ De zelfrelativerende aanpak wordt consequent doorgetrokken. Inmiddels is de komst van een derde regisseur bekend gemaakt, Pepijn Rooijens. Ook dat heugelijke feit zal dankzij een ludiek evenement niet ongemerkt voorbij gaan. Beide regisseurs geven verbreding in de smaak. Wellicht dat Herman Poppelaars nu tijd kan vrijmaken om ook dingetjes voor tv te doen. Zijn humor is op VPRO-niveau.

Uit het gastenboek:
“Ik heb er binnen 10 minuten een simlock laten verwijderen voor 35 piek en ben er erg tevreden mee. Ik kan alleen maar bevestigen dat het er inderdaad stervensdruk is. De mensen staan er in grote getale te wachten voor de deur. Ik denk dat ze een goede service verlenen zolang je er langs gaat.”

Uit het gastenboek:
“Oké... tot ze je geld hebben. Dan hoor je, ondanks vele toezeggingen helemaal niets meer. Emails blijven onbeantwoord, aan de telefoon krijg je nieuwe toezeggingen die vervolgens niet nagekomen worden en de gekochte en betaalde artikelen worden niet verzonden. TUIG VAN DE RICHEL!”

(Met dank aan Willy Walden en Piet Muyselaar)

©Pim Milo, 2006