zondag, juli 09, 2006

William Klein

William Klein. Rebelse leermeester

In 1956 zette William Klein met zijn boek “New York” zo ongeveer alle toen geldende fotografische conventies op zijn kop. En liet hij een samenleving zien die niet strookte met het Amerikaanse zelfbeeld. Het controversiële boek was hemelbestormend en heeft sindsdien niets aan kracht verloren. Tussen 1956 en 1964, in een tijdsbestek van acht jaar, maakte William Klein vier stedenboeken, die de nog jonge fotografische tradities op losse schroeven zetten. “New York”, “Rome”, “Moscow” en “Tokyo” zitten vol grofkorrelige, bruuske foto’s die de vier steden op een tot dan ongekende manier weergeven.

Zijn foto’s van het leven in deze steden zijn van een genadeloos realisme, en tegelijk een visuele weerslag van de psychologische, sociale en economische stemming van die tijd. Diezelfde naoorlogse jaren waarvan Remco Campert in 1960 dichtte: ‘(...) Alles zoop en naaide/heel Europa was één groot matras/ en de hemel het plafond/van een derderangshotel.’

“Life is Good for You in New York – William Klein Trance Witness Revels”, kortweg “New York”, verscheen in 1956, een jaar na Edward Steichens “Family of Man”. De Tweede Wereldoorlog lag nog maar kort achter ons en iedereen deed zijn best om die zo snel mogelijk te vergeten. Men leefde met nieuwe hoop, een verlangen naar eenheid en herstelde idealen. In die geest ontwikkelde Steichen zijn wereldomspannende tentoonstellingsconcept “The Family of Man”. Een humanistisch document, vol idealisme, geloof, hoop en liefde. Het Amerikaanse volk waande zich, na de atoombom op Hiroshima, onoverwinnelijk. Met zijn “New York” haalde Klein dat Amerikaanse zelfbeeld lelijk onderuit. “New York” was op een bezoedelende manier confronterend, grafisch grof en van een genadeloos realisme.

Veel later, in 2002, probeert William Klein hetzelfde met zijn woonplaats Parijs. Maar dat haalt het niet bij zijn vier eerste stedenboeken. Er is geen afstand. Klein mist de nieuwsgierige, kritische en opmerkzame blik van de buitenstaander, waarmee hij en Robert Frank bijna vijftig jaar eerder door Amerika liepen. En “Paris + Klein” heeft iets kunstmatigs. Klein heeft alle boeken die hij maar over Parijs te pakken kon krijgen, doorgewerkt en voor zichzelf ‘missing links’ geformuleerd. Een zwakke herhaling van zichzelf, met één goede vondst: het boek is vrijwel geheel in kleur.

William Klein maakte in de eerste naoorlogse jaren deel uit van het geallieerde bezettingsleger in Europa. Na zijn diensttijd vestigde hij zich in 1948 in Parijs. Eerst om met een beurs aan de Sorbonne te studeren, toen om bij de schilder Fernand Léger in de leer te gaan en zelfstandig vrij kunstenaar te worden. In Parijs ontmoette hij Alexander Liberman, de legendarische artdirector van het Amerikaanse blad Vogue. Liberman zag talent in Klein. ‘Zoek me op in New York en ik bezorg je een baantje bij Vogue. Dat brengt brood op de plank. Zelf hou ik van schilderen en beeldhouwen, maar ik verdien mijn geld bij Vogue, met voldoende vrije tijd voor de dingen die ik liever doe. Zoiets moet voor jou ook te regelen zijn.’ Toen Klein in 1954 in New York terugkwam, was hij acht jaar uit Amerika weg geweest. Liberman vroeg wat Klein wilde. ‘Een fotoboek over mijn terugkomst in New York, een soort fotografisch dagboek.’

Het boek dat hij wilde maken moest eruit zien als een op hol geslagen sensatieblaadje, grofkorrelig, vetgedrukt, met een brutale lay-out en met schreeuwende koppen. Hij had een kruising tussen het New Yorkse dagblad Daily News voor ogen – dat dagelijks in een oplage van drie miljoen exemplaren verscheen - en een familiealbum. Dat was wat een stad als New York verdiende.

Klein werkte met een Rolleiflex, maar wilde naar kleinbeeld. Bij het fotoagentschap Magnum informeerde hij of iemand hem een tweedehandsje wilde verkopen. Zo kwam Klein in het bezit van de oude Leica van Henri Cartier-Bresson. En daar stopt elke verdere overeenkomst. Cartier-Bresson fotografeerde zonder ingrijpen. Hij was zo ongeveer de vleesgeworden verborgen camera. Klein wilde daarentegen zoveel mogelijk opvallen. Hij wees de geldende opvattingen over objectiviteit en niet-ingrijpen op voorhand af. Alle foto’s werden met de Leica gemaakt en met drie lenzen: een 28 mm, een 50 mm en een 135 mm. Die 28 mm groothoek was rond die tijd voor het eerst op de markt. Het was liefde op het eerste gezicht: ‘Ik jakkerde door de straten en knipte aan een stuk door. Door de zoeker of zonder te kijken, het maakte niets uit. Ik kon er niet genoeg van krijgen. Het werd mijn standaardlens. Ik fotografeerde wat ik voor mij zag. Ik kwam dichterbij om beter te zien en gebruikte de groothoek om zoveel mogelijk in beeld te krijgen. Een techniek zonder taboes: korrel, contrast, onscherpte, compositie, fouten... wat er maar gebeurde. Het was een periode van ongelooflijke opwinding – met mijzelf in het reine komen, en met de stad waar ik zo’n haat-liefdeverhouding mee had. En met de fotografie’

‘In de mensenmenigte op het trottoir kon ik het publiek van heel dichtbij fotograferen. De moed vinden om echt heel dichtbij te komen, soms op een halve meter afstand. Ik ben verlegen, maar niet met een camera in mijn handen. Ik ben grootgebracht in New York, in een arme joodse wijk op de grens van Harlem. Mensen aankijken in New York kan problemen geven, tot animositeit leiden, agressie opwekken. Het is makkelijker iemand te fotograferen dan om iemand aan te kijken. Daarbij denkt men vaak dat ik het recht heb om foto’s te maken.’ De ‘in-your-face aanpak’ is Kleins handelsmerk geworden.

Voor William Klein is een boek de ideale context om foto’s te publiceren. Een boek omdat alles wat Klein zo in Bauhaus fascineerde (de samenkomst van een aantal verschillende kunstdisciplines), in een boek zijn organische plek krijgt: tekst, beeld, typografie, vormgeving, druktechniek en bindwijze.

William Klein’s “New York” is een stoomcursus in alles wat fout was in de fotografie. De eerste reacties in Amerika weken niet veel af van die op Robert Franks “Les Américains” dat twee jaar later zou verschijnen. Ook “New York” verscheen eerst in Frankrijk. En zou pas veertig jaar later, in 1995, in Amerika uitkomen. Het veroorzaakte heftige reacties, met zowel voor- als tegenstanders. “New York” was op een bezoedelende manier confronterend, grof en extreem. En toch heeft het lyrische momenten, grafische verrassingen en is het doordrenkt met een puur fotografische essentie. Vogue schrok van Kleins kijk op de stad – ruw, agressief en vulgair. Anderen zagen het als technisch slechte fotografie.

De levens van William Klein en Robert Frank lopen op een aantal punten parallel. Klein keerde uit zijn nieuwe vaderland Frankrijk terug naar Amerika om in acht maanden tijd in New York te fotograferen. Frank verliet Zwitserland om twee jaar lang door zijn nieuwe vaderland Amerika te reizen. Beide mannen rebelleerden tegen doelbewuste mooimakerij. Beide wierpen een kritische blik op Amerika. Frank was grimmig en afstandelijk, Klein was gewelddadig en persoonlijk. Frank deed alles met één camera, één lens en één techniek, Klein deed alles met één camera en drie lenzen en experimenteerde met flits, snelle films, onscherpte, kadrering, close ups en afdruktechnieken. Beide stapten na een korte, intense fotografische loopbaan over op film. Beide maakten een grensverleggend boek over de Amerikaanse samenleving, een persoonlijk document waar hele generaties fotografen sindsdien schatplichtig aan zijn. En beide zijn inmiddels ‘grumpy old men’.

Ook vandaag de dag zijn William Kleins foto’s een genoegen om naar te kijken. Een aangenaam tegenwicht tegen de afstandelijke, koel-neutrale, van alle subjectiviteit ontdane registrerende foto’s van nu. Een verademing in deze tijd van reality TV, van beautiful people, incrowd, jetset en egodocumenten. De geforceerde pogingen van hen die via programma’s als Big Brother, Idols, Patty’s Posse, The Adams Family of Frans Bauer proberen om aan de massa te ontstijgen. Klein laat de massa de massa. Geen kunstmatige overexposure, maar een korte confrontatie, een knipoog van verstandhouding en daarna verder dansend door het leven. Hij trekt het individu een kort moment uit de ombekendheid, zonder de identiteit prijs te geven.

©Pim Milo, 2005

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home