zondag, juli 09, 2006

Olaf Veltman

Natuur is voor tevredenen of legen

Omdat we nieuwsgierig zijn hoe de provinciale reclamefotograaf zich staande houdt en hoe een op lokale adverteerders gebaseerde portfolio er nou eigenlijk uitziet en omdat wij toch in het Drentse Anloo zijn, is het een fluitje van een stuiver om een paar kilometer verderop te kijken in het plaatsje L., waar fotograaf Olaf Veltman woont.

De autorit voert ons van Anloo door een van de mooiste landschappen van Nederland. Dat vinden zes inspecteurs van de Stichting Natuur en Milieu en vijfduizend gewone natuurgenieters, die het stroomgebied van de Drentsche Aa de maximale score van vijf sterren toekenden. Onderweg passeren wij wegwijzers met Norg, Peize en Donderen, zodat we ons in een wereld van Bordewijk wanen en onwillekeurig uitkijken naar plaatsnamen als Katadreuffe, Schattenkeinder of Te Wigchel.

Het Drentse esdorp L. ligt in een van de laatste gave beekdalen van Nederland. Een schilderachtige omgeving met bossen, heide en zandverstuivingen. Veel ervan is natuurreservaat. In het voorjaar zijn de bermen en bossen welig begroeid met bosanemonen en iets later in het seizoen kleuren de weilanden paars door wilde orchideeën en adderwortel. In het hoogveengebied zijn broedende kraanvogels gesignaleerd. Ook kan je er de zeldzame beekjuffer vinden en zelfs is er met enige regelmaat een slangarend te zien.

De idyllische en met oog voor detail gerestaureerde boerderij van Olaf Veltman en Sandra Blekemolen ligt in een verrassend mooie landschappelijke omgeving, maar wel héél ver van Amsterdam.

De vooroordelen over een in de provincie opgebouwde portfolio verdwijnen als sneeuw voor de zon. Want wat is er lokaal aan opdrachtgevers als Springer & Jacobi, Scholz & Friends, PPGH/JWT, Goodby & Silverstein, Publicis, Lowe of The Designory. Wat is er dorps aan adverteerders als Robeco, Zwitserleven, Bokma, Ford, Mercedes, Renault, BMW, de Deutsche Bahn of een met Zilver in Cannes bekroonde campagne voor Stella Artois. Hier, in the middle of nowhere, woont een fotograaf met the world on his doorstep.

Amsterdam, de bakermat voor commerciële opdrachten, speelt voor Veltman dan ook geen dominante rol.

Veltman (1958) verliet de School voor Fotografie en Fotonica voortijdig. Hij assisteerde bij Reinier Gerritsen, Johan Vigeveno en Joost Guntenaar alvorens naar Londen te vertrekken om zijn praktijkopleiding te voltooien bij Bob Miller en David Gamble. Als Veltman in Amsterdam terugkomt, heeft hij een mooie, onnederlandse portfolio. Die laat hij bij reclamebureau PPGH/JWT zien, wat hem een klus en een vrouw oplevert. De klus is voor BMW, de vrouw voor het leven. Veltman: ‘Het waren twee aangename verrassingen. BMW werd tot dat moment door Boudewijn Neuteboom gedaan. PPGH wilde iets anders en mijn stijl beviel hen. Terwijl ik die opdracht doorsprak met artdirector Ingrid Donkelaar en copywriter Romke Oortwijn, kwam Sandra Blekemolen de kamer binnen.’

Die foto van een eenzame BMW uit de 7-serie in vak 29 van een verder leeg parkeerterrein aan een kade met haven en schepen op de achtergrond, werd door de klant voorzichtigheidshalve afgekeurd, vanwege mogelijke associaties met de handel in geestverruimende middelen. Veltmans vakgenoten hadden er minder moeite mee en nomineerden hem in 1991 voor de Eighth Awards van de Associaton of Photographers.

Ondertussen zegde traffic manager Blekemolen haar baan bij PPGH/JWT op om Veltmans zaken te behartigen. Een gouden combinatie. Blekemolen die erop getraind was duidelijk en zakelijk te zijn en Veltman die zich vrij van afleidende beslommeringen geheel op de creatieve kant van de fotografie kon toeleggen.

Er volgden meer opdrachten van bureaus in Nederland, maar omdat daar niet echt continuïteit in zat, richtten Veltman en Blekemolen hun blik op Duitsland.
Een ander land betekent ook een andere cultuur. Veltman: ‘In Nederland is meer vrijheid, net als in Engeland. In beide landen is men blij met je inbreng. Daarom krijg je zelden een uitgewerkte schets. In Duitsland daarentegen is alles tot in de puntjes uitgewerkt en voorgekookt. Je doet dus eerst precies wat er is afgesproken. Daarna probeer je naar eigen inzicht te variëren, vrijheid te nemen. In Engeland is de speelruimte groter. Het betekent ook dat de Engelse artdirectors meer vertrouwen genieten en de bureaus naar hun klanten toe meer autoriteit hebben. Het is in Duitsland erg moeilijk om artdirector te zijn.’

Blekemolen: ‘Het Duitse keurslijf zit strak. Van afspraken kan niet afgeweken worden. Daarom bevestigde ik altijd alles. Als er op de shoot iets moest gebeuren wat niet in de begroting stond, stuurde ik daar een fax over. En omdat ik zelf bij een reclamebureau gewerkt heb, had ik goed contact met de artbuyers. Ik hou van duidelijkheid, en dat stelden die artbuyers op prijs.’

Blekemolen: ‘We konden dat strak-zakelijke klimaat aan omdat we een helder doel voor ogen hadden: we wilden naar een bepaalde manier van fotograferen, naar een bepaald kwaliteitspeil. Lang hebben we onze eigen kosten laag gehouden. Een bescheiden woning in Amsterdam, geen rare dingen. Daardoor hadden we vrijheid en konden we risico’s lopen. We konden selectief zijn in het aannemen van opdrachten. Die kritische instelling hebben we tot vandaag vast kunnen houden. Je verliest soms een klus, maar je verliest nooit je autonomie. We zijn nooit door financiële afhankelijkheid tot werken gedwongen geweest.’

Veltman: ‘Ik werd er wel eens gek van, van die duidelijkheid, die strakke afspraken. Maar dat je met Duitse opdrachtgevers geen confrontatie aan kan gaan, is niet waar. Het kan. Het gaat om de manier waarop. Niemand neemt het je kwalijk als je voor een betere foto vecht. En als het resultaat beter wordt, win je het pleit. Dat merk je, omdat ze met een volgende klus bij je terugkomen. Duitsland kent veel “repeat business”. In Amerika is dat minder.’

Toen kwam het moment dat er alleen nog autoadvertenties in Veltmans portfolio zaten. Duitsland was een automarkt en ambieerde Veltman het wel om autofotograaf te zijn? Hij had een rijbewijs, maar daar hield het mee op. Hij had geen verstand van auto’s en was er ook niet bijzonder in geïnteresseerd, anders dan de artdirectors met wie hij werkte, die er helemaal gek van waren.

Om zijn carrière een nieuwe wending te geven reisde Veltman met assistent Jonathan Andrews in een camper door het middenwesten van Amerika waar hij op eigen initiatief landschapsfoto’s maakte. Foto’s die bij de Association of Photographers een Gold Award wonnen en het aanzien van zijn portfolio veranderden. Een Amerikaanse agent deed de rest.

Veltman: ‘Amerika hangt een beetje tegen de Duitse werkwijze aan. Het is vrij rechtlijnig, maar ze laten je niet zweven. Het prettige is de medewerking van de mensen. Ze tonen respect voor wat je doet. Het contact met de artdirector vooraf is minimaal. Ik ontmoet hem pas als ik in het hotel ben aangekomen. Tot die tijd gaat alles per e-mail en telefoon. Conference calls zijn standaard. Je kan iedereen horen praten, alleen weet je niet wie er wat zegt. Is het de creative director, de artbuyer, account? Je mist de lichaamstaal, de mimiek en het overzicht: wie is waar gaan zitten, wie kijkt naar wie, hoe steekt de onderlinge hiërarchie in elkaar. Dat is het nadeel. Het voordeel is dat ik híer woon en daar werk. Ik hoef niet in de goede kroegen te hangen of in de juiste restaurants en op de juiste feestjes te komen.’

Veltman doet het goed in Amerika. Zijn schilderachtige stijl wordt er gewaardeerd omdat hij de gangbare Amerikaanse reclamefotografie overstijgt. Dat werd ook in Engeland gezien. Engeland, dat geen gebrek heeft aan talent – alleen in Londen zitten al tienduizend fotografen – kijkt graag naar wat er uit Amerika komt. Dat leverde Veltman ondermeer een campagne voor Landrover op en voor Stella Artois. Veltman: ‘Stella Artois was een absolute droomklus, die Zilver won in Cannes. Ik merk dat men daardoor beter op de hoogte is van mijn werk. Bij één bureau in Londen kwamen alle creatieven er omheen staan, toen ik daar mijn portfolio presenteerde. Groepsgewijs kwamen ze kijken.’

Inmiddels is de wereld Veltmans werkterrein. Opdrachten uit Libanon en Singapore, een klus voor Koeweit, aanvragen uit Bulgarije en Italië. Blekemolen: ‘We krijgen ons werk overal vandaan. Óf door de website, óf door publiciteit, óf door onze Amerikaanse of Engelse agent. Of door agent Frans Kuypers.’ Veltman: ‘De website werkt goed. Ik kan zien wie er kijkt. Ik zie waar die bijna 200 hits per dag vandaan komen. Heel veel uit Japan, Rusland en China.’

Het thuiskomen moet voor Veltman heerlijk zijn na een aantal hectische weken hard werken in een ver land. In die adembenemend mooie Drentse natuur in een van de weinige gebieden waar het nog écht stil is en ’s nachts écht donker. Waar je een vrouw en kinderen hebt en je jezelf in alle rust kunt opladen voor de volgende klus. Dat is van een luxe die een rechtgeaard stadsmens zich maar moeilijk kan voorstellen. Maar misschien wonen de échte provincialen wel in Amsterdam.

Website www.olaf-veltman.com

©Pim Milo, 2005

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home