zondag, juli 09, 2006

Frans Kuypers

On the road: het fotoagentschap van Frans Kuypers

Opeens hingen ze aan de muur. Niet bij iedereen, alleen bij de creative director. Die er trots en een tikje geheimzinnig over deed. Een serie adembenemende posters. Met grootformaat camera gefotografeerde Amerikaanse landschappen. Van een ongekende schoonheid. Zo mooi, dat de gelukkige bezitter ze niet achteloos met pushpins aan de muur bevestigde, maar eerst liet inlijsten. Foto’s van een tot dan onbekende Harry de Zitter, toegestuurd door een nieuwe agent, Frans Kuypers. Uit Arnhem – of all places.

Zo debuteerde Frans Kuypers begin jaren tachtig als agent in de wereld van de reclamefotografie. Dat hij desondanks geen groentje was, bewijst de kwaliteit van het door hem gebruikte adressenbestand: loepzuiver toegesneden op creative directors art. Geen copydirectors of -writers, geen artdirectors, geen artbuyers, alleen creative directors art. Die exclusiviteit maakte de posters zo begeerlijk. En mede daarom werden ze door de ontvangers ingelijst, om als unieke jachttrofeeën aan hun muur te pronken. Het zichtbare bewijs dat de bezitter tot een benijdenswaardige elite behoorde. Een perfect staaltje tailor made marketing.

Die nieuwsgierig maakte. Wie was fotograaf Harry de Zitter? En wie was die agent? Wie was Frans Kuypers? Hoe kon een new kid on the block zo haarscherp mailen?

Agenten. Veel waren er niet. En die er waren, hoorden tot de lagere orde in de reclamehiërarchie, op de maatschappelijke ladder niet veel hoger dan souteneur. Vertegenwoordigers van fotografen, in cartoons afgebeeld met de rechterarm langer dan de linker: beroepsdeformatie, als gevolg van het sjouwen met een te zware koffer. Dankzij die nauwkeurig in het hart gemikte direct mail kwam Frans Kuypers in één keer op salonfähig niveau binnen. En bleef daar, nu al 25 jaar lang.

Liefst presenteerde hij alleen aan de creative director. Soms mochten anderen bij Gods gratie en op eerbiedige afstand - respectvol zwijgend - meekijken. Ogenschijnlijk werden de presentatiekoffers met de grootst mogelijke tegenzin geopend. “Ik weet niet waarom ik dit doe. Deze fotograaf is zó verschrikkelijk goed. Daar moet je echt een heel goede campagne voor hebben.” En altijd bleef er een koffer demonstratief dicht. “Ach nee jongens, daar is jullie bureau nog niet aan toe.”

En dan, als alle koffers weer gesloten op de grond stonden, was daar die ene, extreem grote portfolio op A0-formaat. “Wat zit daarin, Frans?” “Posters.” “Mogen wij die ook even zien?” “Nee, want die geef ik toch niet weg.” “Waarom niet?” “Die zijn te mooi. Die moet je verdienen.” “Hoe?” “Als je met hem gewerkt hebt, dan krijg je er een. En als je heel goed met hem gewerkt hebt, signeert hij ‘m misschien.” Het moet gezegd: de posters waren stuk voor stuk van een zeldzame schoonheid. Prachtige, indringende portretten van onder meer Peter Ustinov door fotograaf Dieter Eikelpoth, en tot wegdromen uitnodigende landschapsfotografie van Harry de Zitter.

Frans Kuypers (1949) was buurman van autofotograaf Henri ter Hall, die in Arnhem een leegstaande kerk tot fotostudio had laten verbouwen. Die studio leek op de binnenkant van een eierschaal: vloer, wanden en plafond gaan rondbogig in elkaar over. Door het ontbreken van scherpe hoeken wordt de studio als het ware onzichtbaar. De ideale plek om auto’s - die als een kerstbal hun hele omgeving weerkaatsen - te fotograferen. Maar wie in Arnhem zit, moet er erg hard aan trekken om de randstedelijke artdirectors naar de studio te krijgen, ook als je het eerste, speciaal voor autofotografie gebouwde ‘ei’ van Nederland hebt.

Henri ter Hall wist dat zijn buurman een verkoper van encyclopedieën was, zelfs uitgeroepen tot de beste van Nederland. Ter Hall herinnerde zich een uitspraak van zijn grootvader: “A hungry salesman on the road means gold’. “Als je zo goed encyclopedieën kan verkopen, kan je ook met míjn werk langs de deur,” zei Ter Hall tegen Kuypers, en zette hem voor niet al teveel geld op de loonlijst. En Frans Kuypers haalde bij de reclamebureaus met grote autoaccounts in Parijs, Milaan en Düsseldorf de ene klus na de andere binnen. Kuypers: “Dat vond Henri geweldig natuurlijk.”

Toen de bureaus zich lovend over Kuypers begonnen uit te laten, meldden zich andere fotografen aan. Kuypers: “Een van de reclamebureaus zei tegen Harry de Zitter dat er een goeie agent langs de weg liep, waar hij eens mee moest praten. Zo belde Harry mij. Hetzelfde met de Duitse fotograaf Dieter Eikelpoth. Hij had van mij gehoord en wilde kennis maken. Bij Hans Kroeskamp heb ik zelf aangebeld: vind je het leuk om af en toe een klusje uit Duitsland te krijgen? Ik woon in Arnhem, vlakbij de grens.” Helaas leidde Frans’ succes - jalousie de métier? -tot tweespalt met Henri ter Hall. De samenwerking werd beëindigd en Frans richtte zich – met zijn begerenswaardige postermailing – ook op Nederland. Het agentschap van Frans en zijn vrouw Yvonne (“Zonder Yvonne had ik dit niet gekund”) groeide sindsdien gestaag en vertegenwoordigt Dieter Eikelpoth, Hans Kroeskamp, Katja Kuhl, Boudewijn Smit, Kurt Stallaert, Marcel van der Vlugt, Christian Vogt, Harry de Zitter en Jan Zwart. Langdurige relaties. Frans Kuypers: “Het zijn allemaal vriendschappen geworden. We bellen dagelijks, en elke klus wordt doorgepraat. Ik maak de begroting en leg die eerst voor aan de fotograaf en dan aan het bureau. De fotograaf stuurt zelf de factuur. Dat is wel zo zuiver. Ik denk dat de relaties met mijn fotografen daarom zo lang duren.”

Het werkterrein van Frans Kuypers is altijd groot geweest, dankzij de gunstige vestigingsplaats. Kuypers: “Arnhem ligt een uurtje van Amsterdam, een uurtje van Düsseldorf, twee uurtjes van Brussel, drie, drieëneenhalf uur van Frankfurt. Berlijn rijd ik in viereneenhalf, vijf uur, Hamburg in drieëneenhalf. Dat is lekker. Je presenteert de hele dag en blijft in een hotelletje slapen. De volgende dag nog twee, drie bezoekjes en dan weer terug.”

Kuypers: “Ik ging de boer op met allemaal grote, zware portfolio’s, elk gevuld met gelamineerde afdrukken en acht bij tien inch dia’s, afhankelijk van de fotograaf. Boudewijn Smit wil alleen foto’s laten zien; Hans Kroeskamp juist de advertenties. Voor hem zijn idee, tekst, lay-out en typografie net zo belangrijk als zijn foto. Bij Harry de Zitter ligt het aan de campagne wat er in de map komt: de foto of de complete uiting.” Kuypers heeft er rugklachten aan over gehouden. “Met twee, drie of vier koffers liep ik door Hamburg, Frankfurt of Berlijn. Toch vond ik dat leuk, vanwege het persoonlijke contact. Met de auto op pad om reclamebureaus te bezoeken. Hans Kroeskamp zei dan ‘Daar heb je Koko Petalo weer’, als hij mij met mijn afgeladen Mercedes zag. Daarom ben ik Volvo gaan rijden. Onbegrijpelijk hoe ik al die steden – Londen, Parijs, Milaan, Düsseldorf, Frankfurt –zonder navigatiesysteem heb kunnen doen. En eerst ook nog zonder telefoon. Maar het was altijd leuk.”

Inmiddels bevatten portfolio’s geen zware laminaten, maar digitale prints. Kuypers: “Vroeger kon ik mensen met mijn presentatie enthousiasmeren. Dan kwam ik voor een campagne waarvan de schetsen per fax of koerier vooruit toegestuurd waren en stelde ik de portfolio op die klus af. Zorgvuldig vooraf geselecteerd beeld dat heel precies op volgorde was gelegd. Een exact op maat gesneden presentatie. Dat werkte. Met die losse laminaten was ík degene die het tempo kon bepalen. Als ik die prachtige, gelamineerde afdrukken van Harry de Zitter omhoog hield, dan kéken ze. Ik had ieders volle aandacht. Nu zijn het geen laminaten, maar boeken met een ringmechaniek. Die worden vervolgens tsjak, tsjak, tsjak, doorgebladerd. Er wordt niets gevraagd en niets gezegd. Als ik me bij een bureau meld, heeft maar een klein deel van de creatieven tijd. Of ik het boek een paar dagen kan achterlaten. Maar een boek zonder mijn verhaal is gewoon een pakje foto’s. Ook omdat ik van veel campagnes ‘the making of’ kan laten zien: een fotoreportage waaruit de complexiteit van de opdracht en de vlekkeloze organisatie blijkt.”

De tijd van ‘gunnen’ is voorbij. Niet de artdirector, maar het budget bepaalt. De klant wil drie mappen en drie begrotingen. Een situatie waarin geen ruimte voor het verkoopverhaal meer is. Kuypers: “Wie kan ik de juiste argumenten aanreiken om met bijvoorbeeld Hans Kroeskamp te werken: de artbuyer? Die moet drie voorstellen presenteren, wat de kansen terugbrengt tot een op drie. Geld geeft de doorslag. En omdat we hoog in de markt zitten, Europese en intercontinentale campagnes willen, valt het niet mee. Het verschil tussen wat er vroeger en nu daadwerkelijk doorgaat, is schrikbarend. De klant wil kunnen kiezen op basis van offertes. Iedere goede fotograaf kan fotograferen, maar als je een campagne een niveautje hoger getild wilt hebben, wordt de keuze een flink stuk kleiner. Dan gaat het om meer dan geld alleen. Als ik artdirector was, en ik had wekenlang aan een campagne gewerkt, dan zou ik willen overleggen vóórdat ik mijn ideeën aan de klant presenteer. De beste dingen krijg je door het juiste spanningsveld tussen artdirector en fotograaf. Je moet het enthousiasme in de ogen van de fotograaf zien. Daarvoor moet je eerst tot elkaar komen. Hoe meer dat gedaan wordt, hoe beter de campagne wordt.”

De contacten zijn kouder, het klimaat werd zakelijker, het werkterrein groter. Frans Kuypers krijgt mensen moeilijker te zien, maar dankzij computer en internet ligt de wereld binnen één muisklik. Kuypers: “Boudewijn Smit deed een campagne voor China. We hebben aanvragen uit Dubai. Spanje zit in ons mailingbestand. Jammer dat het persoonlijke contact verloren gaat. Maar al kan ik mijn gewicht dan minder vaak in de schaal leggen, mijn commerciële instinct is met de tijd meegegaan. Ik houd de contacten warm via het internet, acquisitie, en ontzettend veel telefoneren. Jaren geleden heb ik een computerprogramma laten schrijven. Ik kan precies zien waar een artdirector werkt, voor welke klanten hij werkt, op welke campagnes hij werkt, wat hij in het verleden heeft gemaakt, voor welke daarvan ik een begroting heb gemaakt en welke daarvan er met welke fotograaf zijn doorgegaan. Dat heb ik heel zorgvuldig bijgehouden. Als iemand belt, zou ik meteen het file kunnen openen. Ook zie ik dan de bureaus waarvoor ik wel offreer, maar waarvoor nooit iets doorgaat. Dat helpt me efficiënt te zijn. Ondertussen hebben Yvonne en ik e-mailadressen verzameld waarnaar we een E-zine mailen. Je ziet het effect in de toename van de wereldwijde bezoeken aan onze website. Als het goed gedaan wordt – en ik laat me hierin adviseren door een Amerikaan die thuis is in de stringente regels voor elektronisch mailen – ben ik actueel, informatief en heel gericht.”

We kijken naar de rijkelijk met artdirectors annuals en fotoboeken gevulde boekenkast ten kantore van Frans Kuypers. “De mooiste boeken staan bij ons thuis,” zegt Yvonne Kuypers, onze blik volgend. “En daar is ook onze collectie foto’s,” vult Frans aan. “Wij hebben een mooie Horst, enkele Corbijns, het een en ander van André Kertész, veel van Arnold Newman en Jan Saudek en ook werk van Ralph Gibson.”

De voormalige verkoper van encyclopedieën blijkt fotokenner en -liefhebber te zijn.

©Pim Milo, 2005

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home